Hoe verloopt een pickleballwedstrijd?
Op de club is een wedstrijd meestal één game tot 11, in toernooien vaak twee van de drie games. Voor het eerste punt bepaal je wie serveert en aan welke kant je begint. Elke game begint met "nul, nul, twee". In een losse game wissel je van kant zodra een partij 6 punten heeft, en na elke game wissel je van kant en van serverende partij.
Voor het eerste punt
In een toernooi bepaalt de scheidsrechter met een muntworp of een nummer wie mag kiezen; op de club spreek je het af. De winnaar kiest serveren, ontvangen of de kant van de baan, de ander krijgt de keuze die overblijft. Spreek voor het eerste punt ook af tot hoeveel je speelt en of het één game is of twee van de drie. En zeg hardop tegen je partner wie van jullie begint, want die speler telt als de tweede serveerder.
De wedstrijdvormen
Het reglement kent voor toernooien vier standaardvormen: twee van de drie games tot 11, drie van de vijf games tot 11, één game tot 15 of 21, en één game tot 11 in een poule met zes of meer teams. Altijd met twee punten verschil. Op de club speel je meestal één game tot 11 en daarna een nieuwe indeling.
Wisselen van kant
- In een losse game tot 11 wissel je van kant zodra een partij 6 punten heeft; in een game tot 15 bij 8 en tot 21 bij 11. Je hebt daar een minuut voor en dezelfde speler serveert daarna verder.
- Tussen twee games wissel je van kant en begint de andere partij met serveren. Je hebt twee minuten. Wie van de twee begint, mag een team per game opnieuw kiezen.
- In een beslissende derde game wissel je ook bij 6 punten.
Time-outs en coaching
Per game tot 11 of 15 heeft elke partij twee time-outs van een minuut, in een game tot 21 drie. Je vraagt een time-out tussen twee rally's, hoorbaar of met een handgebaar, voordat de volgende service is geslagen. Aanwijzingen van een coach mogen alleen tijdens een time-out en tussen de games. Tijdens het punt houdt iedereen langs de baan zijn mond.
Als er iets misgaat
Serveerde de verkeerde speler, of stond iemand verkeerd? Voordat de service geslagen is, mag je het de tegenstander gewoon vragen en die moet eerlijk antwoorden. Legt iemand een rally stil omdat iemand verkeerd stond en had hij gelijk, dan speel je het punt over; had hij ongelijk, dan is het een fout tegen hemzelf. Twijfel over de stand? Ga terug naar het laatste punt waarover jullie het eens zijn.