PICKLEBALL 58 — Leer en Speel

De 25 meest gemaakte fouten in de pickleballregels

De meeste fouten in de pickleballregels ontstaan doordat spelers de regels van vrienden hebben geleerd, of ze meenemen uit tennis en padel. Hieronder staan de 25 die wij het vaakst zien, met in één zin wat er wel geldt.

Bij de service

  1. Bovenhands serveren. De handservice gaat van onder naar boven, met de paddle onder je pols en de bal onder je middel. Of je kiest de stuitservice.
  2. Springend serveren. Op het moment dat je de bal raakt, staat minstens een voet op de grond.
  3. Met een voet op of over de achterlijn staan. Je staat achter de achterlijn, tussen de doorgetrokken zijlijn en middenlijn.
  4. Een service op de keukenlijn goed rekenen. Fout. Dit is de enige lijn waar een bal op uit is.
  5. Een service via het net overspelen. Raakt de bal het net en landt hij goed, dan speel je door.
  6. Een tweede service nemen. Je hebt één poging. Mis je, dan gaat de service naar je partner of naar de tegenstander.
  7. De service wegtikken omdat hij uit lijkt te gaan. Raakt de bal jou voordat hij landt, dan is het punt voor de tegenstander. Laat hem vallen.

De twee-stuiterregel en de keuken

  1. De service uit de lucht terugslaan. De service moet eerst stuiteren.
  2. Als partner van de serveerder te vroeg naar voren lopen. De return moet stuiteren; sla je hem uit de lucht, dan is het een fout tegen jullie. Dit is nummer één, met afstand.
  3. Volleren met een voet op de keukenlijn. De lijn hoort bij de keuken.
  4. Na je volley door je vaart in de keuken belanden. Ook dan is het een fout, ook als de bal al dood is.
  5. Vanuit de keuken volleren met een voet nog in de lucht. Eerst allebei je voeten helemaal buiten de keuken op de grond, dan pas volleren.
  6. Een bal die in de keuken stuitert niet durven spelen. Dat mag gewoon, ook vanuit de keuken.
  7. Denken dat de keuken doorloopt in de lucht. Erover reiken mag altijd, zolang je voeten erbuiten staan.

Lijnen, net en fouten

  1. Een bal uit noemen zonder licht tussen bal en lijn. Twijfel is in.
  2. De bal aan de kant van de tegenstander beoordelen. Jij beoordeelt alleen jouw kant.
  3. Het net aanraken tijdens de rally. Fout, ook per ongeluk, ook met je paddle.
  4. De bal slaan voordat hij helemaal over het net is. Over het net reiken mag alleen na je slag.
  5. Een bal om de paal heen fout rekenen. Die mag, ook al gaat hij onder nethoogte door.
  6. Doorspelen als er een bal van de buurbaan tussendoor rolt. Roep meteen hinder en speel het punt over; roep je pas na een verloren punt, dan is het te laat.

De telling en de opstelling

  1. De stand niet roepen. De serveerder roept voor elke service drie getallen: wij, zij, en eerste of tweede serveerder.
  2. Aan het begin van een game met twee serveerders beginnen. De beginnende partij heeft één serveerder, die als tweede telt. Vandaar nul, nul, twee.
  3. Van kant wisselen met je partner na een verloren rally. Alleen na een gewonnen punt wissel je van kant; verlies je de rally, dan blijf je staan.
  4. Bij 10-10 stoppen bij 11. Je speelt door tot een partij twee punten voorstaat.
  5. Tegen de tegenstander een keukenfout roepen na de volgende service. Dat mag alleen meteen, voordat de volgende service geslagen is.

Herken je er een paar? Dan ben je niet de enige. In de cursus PICKLEBALL 58 komen ze allemaal langs, met een oefenvraag bij elke regel, zodat je ze op de baan niet meer maakt.

Wil je meer dan alleen deze regel kennen?

Elke fout op deze pagina komt in de cursus langs, met een oefenvraag erbij. Zo maak je hem op de baan niet meer. Deze regel geeft antwoord op één situatie. Met de complete cursus begrijp je hoe spelregels, termen en spelsituaties samenhangen. Zo stap je met meer zekerheid de baan op en voorkom je onnodige discussie.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler

Bekijk de pakketten